Trauma bij kinderen

Met een juiste, integere begeleiding kun je bij een kind een trauma helpen te verwerken. Zelf een trauma oplossen, dat is voor een kind niet te doen. Veel te intens. Want een trauma kan groots zijn, maar het trauma kan ook klein zijn en heel veel indruk hebben gemaakt.

Een van de nadeligste gevolgen is innerlijke onrust en afsplitsing tussen lichaam, hoofd, je innerlijke kern, emoties en handelingen.

In het kinderbrein
Een trauma zit ingenesteld in je systeem. Het gaat zitten op de diepere lagen. En dit ontstaat allemaal in het brein.
In het kinderbrein, de hippocampus wel te verstaan, worden herinneringen opgeslagen. Je kunt dus vaststellen dat wanneer een kind een traumatische ervaring meemaakt, dit niet zomaar kan worden losgelaten. Dit moet langzaam maar zeker uit het systeem worden losgemaakt.
Worden losgetrild, als het ware.

Onbewuste processen
Een groot deel van een trauma is onbewust. Het kinderbrein heeft deze intense gebeurtenis opgepikt als onveilig. Dit kan lastige gevolgen hebben: bijvoorbeeld als je merkt dat jouw kind zich maar moeilijk kan hechten (aan nieuwe mensen). Zo kan het zijn dat kinderen moeilijker verbinding kunnen maken met anderen. Doordat zij lastiger relaties aan kunnen gaan, kan het kind zich afstandelijk gaan gedragen, waardoor anderen de verkeerde signalen oppikken.
Wanneer een kind moeite heeft met verbinding en connecten met nieuwe mensen, kan het zich onzeker (gaan) voelen. Vaak vinden deze kinderen het lastig om zichzelf te laten zien in alle lagen is die het kind is: de humor, het gezellige, het verdrietige, de boosheid, het exploderen, de liefde laten zien, enzovoort.

Concentratieproblemen bij kinderen
Ook hebben kinderen die een traumatische ervaring hebben meegemaakt vaak (tijdelijk) last van concentratieproblemen.

Wat zijn concentratieproblemen bij een kind, gerelateerd tot trauma?
Wat mogelijke signalen van concentratieproblemen kunnen zijn, verschilt per kind. Ieder kind is uniek hierin. Maar vaak zie ik in de praktijk de volgende signalen:

“Een van de nadeligste gevolgen is innerlijke onrust en afsplitsing tussen lichaam, hoofd, je innerlijke kern, emoties en handelingen.”

Als je hoogsensitief bent komen prikkels harder bij je binnen, waardoor je zenuwstelsel overprikkeld kan raken. Maar komen er te weinig prikkels binnen, dan raakt je (sympathische om precies te zijn) zenuwstelsel onderactief. Je kan je hier echt minder goed door voelen, neerslachtig zelfs. Dit komt omdat er niet genoeg adrenaline wordt aangemaakt. Je snakt naar een bakkie koffie om alles wat nog gedaan moet worden nog te kunnen doen. Maar zin er in hebben, dat heb je niet echt.

Gedachtes wegduwen werkt niet
De gedachte wegduwen, werkt averechts: als er maar niet aan denken. Gewoon aan iets leuks denken, en dan maar gaan slapen. Dit werkt dus (bewezen) averechts. Dit heeft te maken met de brein plasticiteit, hier kom ik later op terug.

Wat kun je wél doen?
Het is helend voor een kind om er over te praten, en dit hoeven dus juist geen hele lange gesprekken te zijn, dit kunnen kleine gesprekjes zijn met het kind. Voer deze gesprekjes dan ook uit op een plek waar het kind zich veilig voelt. Als het kind naar jou toekomt op school en je bent leerkracht, neem het kind even apart. Het kind komt naar jou toe! Dit is een hele overwinning. Waarschijnlijk heeft het kind heel lang getwijfeld aan gedacht, nu ga ik! Wanneer je dan aangeeft, maar nu komt het niet uit, kap je het kind af en hiermee ook het veilig voelen.

Nieuwe herinneringen opdoen
De hippocampus is een hersengebied dat belangrijk is voor het vastleggen van nieuwe herinneringen.
Het kinderbrein richt zich onbewust nog steeds op de traumatische ervaring. Ook is een kinderbrein niet gemaakt om alle informatie wat het in zich opdoet vanuit de externe omgeving, te verwerken. Het brein is constant bezig specifieke informatie te selecteren, die het op dat moment belangrijk vindt.
Vaak zien we na een traumatische ervaring dat er stress zit opgeslagen, en veiligheid prioriteit is.
Als niet aan deze veiligheid kan worden voorzien, kan het kind gedragsproblemen vertonen. Veiligheid kan ook zijn: de aandacht van iemand, dat je het gevoel hebt dat iemand je echt ziet zoals je je voelt. Vaak zien we dat deze kinderen dan van zich af gaan duwen, soms niet alleen maar zelfs fysiek.

Het kind functioneert minder
Te lang te veel spanningen in je systeem bij je dragen zorgt ervoor dat je brein minder goed kan functioneren. Hierdoor kun je bijvoorbeeld vaker dingen gaan vergeten, snel afgeleid zijn (staren, het gevoel hebben dat het kind je niet hoort) en gevoeliger zijn voor negatieve emoties. Dit is te voorkomen door je hersenen voldoende rustmomenten te geven. In de praktijk merk ik dat kinderen zich of gaan terugtrekken, of juist van zich af gaan duwen.

Terugtrekken
En dit van zich afduwen, kan ook gaan om de directe omgeving niet meer toelaten. Je helemaal terugtrekken in je schulp.
Doordat er nog steeds stress in het kinderlijf zit, kan het zijn dat het kind het letterlijk soms even niet meer weet. Ook al duwt het kind jou van zich af, blijf liefdevol oogcontact maken, ga niet te veel trekken en duwen, maar ben er gewoon. Deze zin: “Ik ben er voor jou” kan al veel doen.

De herinnering laten vervagen
Je zou denken dat hoe vaker je aan iets denkt, hoe sterker de herinnering wordt. Voor trauma geldt dit anders: Wanneer je in korte periodes aan de nare gebeurtenis denkt, wordt het anders in het kinderbrein. Dit geldt tevens ook voor een volwassen brein in relatie tot trauma.
Wat er gebeurt, is dat de verbindingen tussen de neuronen welke aan die herinnering ooit is vastgemaakt, plastischer wordt. Zie het als een elastiek: het zat heel stevig en strak vastgemaakt aan elkaar waardoor de herinnering heel duidelijk in het brein en daardoor het gehele systeem merkbaar was. En doordat je er vaker heel kort aan denkt, wordt het elastiek wat rekbaarder. Hiermee kan het brein de herinnering afzwakken. En wist je dat het hoofd van een kind zo slim is, en zo knap gemaakt, dat het zelfs de herinnering kan vervagen?

“Door het juist een korte gesprekjes te hebben over wat er is gebeurd, wordt de plasticiteit groter en daarmee de herinnering vager.”

Denk aan een overlijden, dit kan mega veel impact maken op een kind. In de praktijk maak ik geregeld mee dat kinderen te maken hebben met overlijden van moeder, vader, broertje of zusje. Dit is traumatisch voor een kind. Als er rond omdat overlijden bepaalde hele heftige indrukken zijn opgedaan, kan dit in het heden nog steeds een rol spelen. Hierin helpt het nieuwe herinneringen te maken.
Wanneer een herinnering wordt gevormd, worden specifieke hersencellen geactiveerd. Diezelfde hersencellen worden gereactiveerd steeds als de herinnering opnieuw wordt opgeroepen, waardoor de verbindingen tussen de betrokken neuronen versterken en de herinnering in het geheugen wordt geprent.
Door nieuwe herinneringen op te doen, kan er weer ruimte ontstaan in het kinderbrein en kan veiligheid weer meer worden gevoeld. Hier-vanuit ontstaan gelukstofjes. En dat is uiteindelijk wat we willen voor het kind.

Hoe kun je een kind helpen een traumatische ervaring te verwerken?

Je kunt een traumatische ervaring alleen goed verwerken als álle emoties en gedachten er mogen zijn
Dus ook de minder leuke. Boosheid wordt vaak was heel negatief gezien, maar het is heel helend. Het is zelfs een belangrijke fase in traumaverwerking. Hij alles was het kind opkropt, wordt opgeslagen in het onderbewustzijn. Hier vanuit ontstaat stress, de bijnieren gaan hard werken. Alles wat wordt opgeslagen / er niet mag zijn komt in de toekomst naar voren als een stressreactie. Stimuleer het kind dat alle emoties geuit mogen worden.

“Door juist ook alle gevoelens toe te laten geef je jezelf de mogelijkheid om het gebeurde een plek te geven.”

Soms zijn emoties en gedachtes helemaal niet jij
En merk je dat je jezelf niet bent. Zo kun je ook merken aan een kind, dat het kind niet zichzelf is. Wanneer een kind aangeeft gedachtes te hebben die heel erg vervelend zijn, en jij herkent dit niet, dan kan dit goed uit het trauma komen.

Maar waar komt dit dan vandaan?
Uit de hele diepe lagen van het systeem.
Ook een kind, heeft een innerlijke kind. Denk aan de babytijd, of zelfs aan de geboorte. Rondom deze periode kunnen er dingen gebeurd zijn, die zijn opgeslagen in het onderbewustzijn. Natuurlijk heeft het kind hier geen scherpe herinneringen meer aan, maar het is wel opgeslagen. In het hele systeem.
Als vanuit DNA kijken, herken je vast wel dat je soms gedachtes hebt die jouw moeder of oma ook heeft. Of andere leden van de familie.
Iedereen heeft een innerlijke criticus. Dus in alle lijnen van de familie is een innerlijke criticus aanwezig geweest. Ook al is een kind nog zo positief ingesteld, als het een traumatische ervaring heeft opgedaan kan het zijn dat de “zwaardere” kant van het kind naar voren komt, en hiermee ook de innerlijke criticus.

“Soms zegt iets wat een kind niet verteld, alles over de binnenwereld. ”

Luister echt
Daarom is het belangrijk goed naar het kind te luisteren wat het zegt. Luister echt, en luister ook naar wat het kind niet zegt. Soms zegt iets wat een kind niet verteld, alles over de binnenwereld. En vraag ook naar die innerlijke criticus: wat zeggen jouw gedachten je? Vind je dat ze waar zijn, zullen we er samen eens naar gaan kijken of ze waar zijn? En wat ze met je doen?
Praat er over, tekent samen, wees creatief. Het kind zal zich begrepen voelen door jou. Je creëert een veilige haven om óók de negatievere gedachten er te laten zijn en aan te kijken. Je doet het, weliswaar, samen.

Geschreven door:
Anne van Omme
Holistisch kindertherapeute en HSP specialist

Enthousiast geworden?

Meld je aan voor de opleiding Holistisch kindertherapeut met HSP-specialisatie en leer alles over HSP.

Lees nog even verder

error: Deze content is beveilgd

Gratis studiegids downloaden?

Laat hieronder je gegevens achter
en ontvang de studiegids digitaal!